Logistiek is beweging en logistiek in de ict is data-logistiek. Zoals goederen van A naar B gaan, zo gaan data van A’ naar B’. Ict spiegelt zoals altijd de werkelijkheid, maar veel te vaak als lachspiegel.
Tekst: RENÉ VELDWIJK Beeld: SHUTTERSTOCK
Taal is alles. En alles is taal. Sommige mensen met een bèta-achtergrond zal dit niet aanspreken, maar het valt niet meer te ontkennen. De ai-revolutie die we doormaken, is gebaseerd op statistiek en matrixwiskunde, maar dan losgelaten op taal, eindeloos veel taal. Hardcore-bètatypes konden er tot voor kort nog op wijzen dat grote taalmodellen soms hallucineren als een op lsd trippend hippiemeisje, maar ook dat is voorbij. De laatste versies van deze taalmodellen excelleren zelfs op bètaterreinen als wiskunde en natuurkunde. Wie had dat gedacht?
Op een bepaalde manier ben ik toch niet verbaasd. De allerbeste ict’ers die ik ben tegengekomen, zijn zonder uitzondering bovengemiddeld taalvaardig. Mijn eigen specialisme, datamodellering, is zelfs bijna alleen taal. De omgekeerde stelling verdedig ik ook: wie zwak is in taal, presteert niet veel op ict-gebied. (En nee, ik heb het niet over het spellen van de ‘d’ en de ‘t’.)
Dat de ict een gek taalterrein is, kreeg ik al mee op de universiteit. Onze hoogleraar Administratieve Organisatie (een dramatisch moeilijk vak) waarschuwde ons er al voor. Wat je bij computermensen niet kunt zien, noemen ze ‘transparant’, herinner ik me nog. Ik kreeg er een carrièrelange fascinatie voor ict-taalgebruik van mee. Ict-bèta’s zijn gek op vage woorden met fijne maar misleidende associaties. Relationele databases werden aangeprezen als software waarmee je verbanden kon ontdekken, want dat associëren we met de term ‘relationeel’. Regels en heuristieken verplaatsen van een computerprogramma naar een bestand werd ‘kunstmatig intelligent’ (jarennegentigversie), want de intelligentie zat niet in regels Cobol of C. Zelfs schijnbaar eenduidige begrippen als centraal en decentraal leiden bij taalzwakke ict’ers tot permanente verwarring. Ik schreef er in de jaren tien een blogpost over en dacht dat het niet erger kon. Maar toen kwam de blockchainhype, die (tot nu toe) op het gebied van taal- en conceptverwarring alles overtrof. Alle data decentraal (not), dus gegarandeerd correct (wat?). Blockchain is nu passé, maar niemand vraagt zich af hoe dit heeft kunnen gebeuren. Een groot deel van het antwoord is, zoals altijd, ‘taalverwarring’. Ik beschreef die verwarring in een stroomschema.
Over naar het hier en nu. In deze uitgave van Computable staat het begrip ‘logistiek’ centraal en natuurlijk hebben we als ict’ers ook deze term gekaapt en verwrongen. Vraag een brugklasser wat ‘logistiek’ is en we krijgen te horen over vrachtwagens, treinen, schepen en vliegtuigen die fysieke goederen van A naar B vervoeren. Wij ict’ers hebben dat begrip geadopteerd als gegevenslogistiek en de schade is enorm. Gegevenslogistiek is het verplaatsen van data van A naar B. Data zijn gewoon goederen, toch?
Niet dus! Data verplaatsen van A naar B komt bijna altijd neer op data bij A kopiëren naar B. Materie en informatie zijn fundamenteel verschillend. Wie de term ‘logistiek’ erop loslaat, speelt met vuur. Data kopiëren is kostbaar en gevaarlijk, ook in een wereld waarin data opslaan niets meer kost. Zelfs, nee juist in een toekomst waarin we leven in één wereldomspannende ict-cloud (wéér zo’n gekke term), wil je, als data belangrijk voor je zijn, deze zo min mogelijk verplaatsen. Het hele idee van zo’n ict-cloud is immers dat het ruimtelijke aspect er op gegevensgebied niet meer toe doet. De cloud zit vol met geografische data, maar heeft zelf geen geografische dimensies.
Ook in een toekomstige ict-cloudwalhalla zal er plenty gegevenslogistiek zijn. Organisaties en regeringen willen soeverein zijn, zeker als het gaat over ‘hun’ data. Als cloudmarktleider Amazon niet in staat blijkt om zijn eigen data te beschermen, dan weten we dat datakopieën essentieel zijn. Maar wat de term ‘gegevenslogistiek’ verbloemt, is het prijskaartje dat aan het hergebruiken van gekopieerde data hangt. Datalekken zijn bijna de norm. Datakopieën worden niet goed of niet tijdig bijgewerkt. Dezelfde functionaliteit om met data om te gaan, moet op meerdere plekken worden gerealiseerd. Zeker, gegevenslogistieke ketens werken beter dan vroeger (hier een klassieke horrorgeschiedenis), maar vraag niet naar het kostenplaatje. Een flink deel van het kostbare datakopieercircus is overbodig, maar wordt verborgen door het misplaatste beeld van datastromen als materiestromen. Het diepst gezonken is natuurlijk de Nederlandse overheid, waar data rondpompen officieel beleid is.
Misschien is het tijd om te inventariseren wat we aan onnodige datalogistiek in huis hebben. Nu is ook het moment. De huidige ai-taalmodellen zijn bij uitstek geschikt om alle taalverwarring die in onze systemen is neergeslagen, te elimineren. Taal is alles. En alles is taal.
Slotopmerking: ik vermoed dat lezers van dit themanummer van Computable vinden dat deze column helemaal niet over logistiek gaat. Als dat zo is, dan is de boodschap die ik wilde overbrengen aangekomen.
DATAREVIVAL
Datarevival is een rubriek van René Veldwijk over de wondere wereld van data. Veldwijk is associé bij Ockham Groep en opiniemaker bij Computable.