De it-arbeidsmarkt is flink in beweging en weinig deskundigen durven te voorspellen waar het precies naartoe gaat. Kennis van programmeren zou minder relevant worden en programmeurs met een gebrek aan empathisch vermogen verliezen perspectief. Toegevoegde waarde leveren is de kunst. De hr-directeur: ‘De human touch toevoegen aan ai, dat is wat wij vragen.’
Tekst: Ton Verheijen Beeld: ENVATO
Adriaan Hondelink, Content Strategy
Charlotte van Thienen, Accenture
Bram Mommers, Onafhankelijk adviseur
Bij de buren is het gras altijd groener. Het is een bekend verschijnsel, zeker in tijden van personeelskrapte. Dus ook in de it, waar de banen nog steeds voor het oprapen liggen. Uw begiftigde nieuwe programmeur komt met hoge verwachtingen binnen en is na drie fantastische maanden alweer weg. (Een aanbod dat hij niet kon weigeren.) Dit gebrek aan honkvastheid speelt werkgevers parten. Bij ministeries is het bijvoorbeeld een komen en gaan van professionals op het vlak van compliance, security, it-architectuur en ondersteunende functies voor de cio. Dat raakt niet alleen de interne organisatie, ook leveranciers en partners hebben er last van. Zo loopt Content Strategy, een Haags adviesbureau dat werkt voor ministeries, daar tegenaan. Oprichter Adriaan Hondelink: ‘Ministeries deinzen er niet voor terug om personeel bij elkaar te werven. Het is moeilijk om professionals te vinden die strategisch kunnen meedenken en veranderproblematiek kunnen oplossen. Veel it’ers hebben geen beeld bij strategische en maatschappelijke opgaves van de klant. Dat stoort me. ‘Kom op gast’, denk ik soms. ‘Het zijn impactvolle keuzes die je maakt. Die moeten wel passen bij de doelstelling van de organisatie.’’
De it’er van vandaag wordt geleefd en blijft vaak steeds weer hetzelfde kunstje doen. Velen werken niet actief aan hun ontwikkeling en competenties. Als ze een technische oplossing niet weten? Vraag maar aan Chat of Claude.
Ai dendert over de it-arbeidsmarkt en schudt het kaartspel van gevraagde competenties flink door elkaar. ‘We kunnen niet meer zonder ai’, aldus Hondelink: ‘Kennis van programmeren is steeds minder relevant. De mensen waarmee wij werken, moeten vooral kunnen analyseren waar het probleem ligt. Daar komen ai-toepassingen in beeld. Zo zijn we bijvoorbeeld gaan experimenteren met vibecoding. Met nauwelijks kennis van programmeren kunnen mensen in een paar uur tijd een webapplicatie bouwen waarin onze klant vragen kan stellen. Zoals: moeten documenten wel of niet bewaard blijven conform de Archiefwet? Zo’n vraag was vroeger alleen door specialisten te beantwoorden.’
Het hierboven geschetste beeld van een arbeidsmarkt die hapt naar adem en zoekt naar houvast, wordt bevestigd door een recent ING-onderzoek. Daaruit blijkt dat de vraag naar ervaren professionals nog steeds groot is, terwijl de instroom en startersposities onder druk staan. Ai verandert werk maar laat de structurele vraag intact. Ai en automatisering raken met name startersbanen, en dat werkt door in het opleidingslandschap. De instroom in it‑opleidingen loopt terug. ING ziet ook een verschuiving in de aard van de vraag naar personeel. De behoefte verplaatst zich richting specialistische profielen (cloud, cybersecurity, data en ai) en minder naar generieke rollen. Er is wel aanbod, maar niet altijd met de juiste ervaring of de juiste specialisatie. Werkgevers hebben wel iets meer keuze dan de afgelopen jaren doordat het aantal vacatures daalde en het aantal werkzoekenden met een it‑achtergrond toenam.
Ondertussen dijt het aantal it’ers uit als een olievlek. Eind 2025 werkten 575.000 mensen in een it-beroep, een stijging van 100.000 in vijf jaar tijd. Er stonden bijna 19.000 vacatures open volgens het UWV. Zo’n 62 procent van de it’ers werkte in sectoren als de zakelijke en financiële dienstverlening, het openbaar bestuur, de handel en industrie. Zo’n 6.200 it’ers ontvingen een uitkering. Dat is volgens het UWV een stijging. Het oplopende aantal uitkeringen lijkt vooral te zijn ontstaan door reorganisaties bij grote werkgevers zoals banken en door de impact van ai op bepaalde routinematige taken.
Tegelijkertijd geeft 92 procent van de werkgevers aan dat zij hun teams willen uitbreiden of stabiliseren. Het UWV constateert een mismatch: er is veel vraag naar senior-profielen en gespecialiseerd talent terwijl junior-professionals en generalisten moeilijker aan de bak komen. Juist die laatste groep moet in staat worden geacht strategisch mee te denken met werkgevers. Volgens het genoemde rapport van ING moet om die reden de talentenpijplijn gevuld blijven om de digitale vragen van morgen aan te kunnen. Alleen op ervaren krachten sturen zorgt dat werkgevers vandaag snelheid winnen en morgen capaciteit verliezen. Het advies is structureel te blijven bouwen aan instroom met leer/werk-leertrajecten, duale routes, traineeships en begeleiding door mentoren.
Bij werkgevers worden de ontwikkelingen diep gevoeld. Accenture Nederland heeft 2.800 vaste medewerkers en 143 openstaande vacatures. Hr-directeur Charlotte van Thienen ziet ‘na jaren van krapte wat meer balans ontstaan op de arbeidsmarkt’. Specialiseren of generaliseren lijkt voor it’ers een ongemakkelijke spagaat. Toch heeft Van Thienen een betrekkelijk eenvoudig antwoord: ‘Het gaat om de combinatie’, zegt zij. ‘It-specialisten die relevant willen blijven voor werkgevers, zullen zich moeten blijven specialiseren en strategisch inzicht ontwikkelen. It’ers die puur op automatisering focussen, krijgen het lastig. Juist de combinatie met soft skills en het vermogen om technologie zoals ai in een bredere context toe te passen, maakt het verschil.’
De meest gewilde (lees: best betaalde) skills zijn volgens haar gerelateerd aan data, ai en cybersecurity in combinatie met kennis van specifieke sectoren zoals de financiële dienstverlening en energiesector. Ook SAP- en Salesforce-specialisten zijn populair. Accenture besteedt veel aandacht aan de balans tussen senioren met werkervaring en starters, de digital natives die nieuwe technologie snel kunnen oppakken. Over alle specialisaties, vakgebieden en leeftijden ligt een dikke ai-sluier. Van Thienen: ‘Werkgevers moeten steeds meer naar taken kijken in plaats van functies en per taak bepalen wat de beste combinatie is van mens en technologie. Ai biedt steeds meer kansen maar de menselijke factor is minstens zo belangrijk. Wij zeggen: humans in the lead, not in the loop. Voor it-specialisten betekent dat: nieuwsgierig blijven, durven te veranderen en nieuwe vaardigheden blijven ontwikkelen.’
Nieuwe functies ontstaan, oude functies verdwijnen. Volgens het Future of Jobs Report 2025 van het World Economic Forum zullen er tegen 2030 wereldwijd 92 miljoen banen verdwijnen. Daar staat tegenover dat er 170 miljoen banen bijkomen. Netto resultaat: 78 miljoen nieuwe banen. Het rapport noemt vijf bepalende ontwikkelingen: technologische vernieuwing, de groene transitie, demografische verschuivingen (zoals vergrijzing en migratie), geopolitieke fragmentatie en economische onzekerheid. Banengroei ziet het WEF vooral in technologie, zorg, onderwijs, bouw en duurzame energie, waar kennis van ai, data-analyse en cybersecurity gekoppeld moet worden aan puur menselijke competenties zoals creativiteit, veerkracht, flexibiliteit en leiderschap. Net als Accenture ziet ook het WEF een verschuiving bij werkgevers naar skills-based hiring. Professionals worden meer beoordeeld op wat ze kunnen dan op diploma’s.
Onafhankelijk adviseur Bram Mommers herkent het beeld. Tot 1 januari 2026 was hij cto bij ingenieursbureau Arcadis. Nu adviseert hij technologiebedrijven over hun digitale strategie en de keuzes die zij maken. It-specialisten waar nu om gevochten wordt op de arbeidsmarkt, zijn volgens Mommers degenen die bruggen kunnen slaan tussen it en business, interactie hebben met klanten, sterk zijn in communicatie en samenwerking. Mommers: ‘Automatisering wordt een commodity, iets wat breed beschikbaar is en gedemocratiseerd raakt. Dat heeft consequenties. Repeterend werk staat onder druk. Daarbij geldt meer dan ooit: het ontbreken van empathisch vermogen maakt dat je perspectief verliest. Ik hoor van mijn contacten in de VS dat ze steeds minder supernerds zoeken en gemiddelde ontwikkelaars op grote schaal ontslaan. Ze hebben mensen nodig die ai-gegenereerd werk kunnen beoordelen.’
Het begon ooit met Google Friday. Medewerkers van Google mochten twintig procent van hun tijd (meestal op vrijdag) vrij besteden aan leuke projecten die niet perse tot hun takenpakket behoorden. Daar zouden ze gemotiveerd en geïnspireerd door blijven, was de gedachte. In het verlengde daarvan ligt jobcrafting, waarbij werknemers zelf zeggenschap hebben over de inhoud en omvang van hun functie. Een betere aansluiting op hun persoonlijke drijfveren en talenten, prikkelt hun technisch talent, voorkomt burn-outs en stimuleert innovatie. Er zijn drie verschillende vormen:
• Taakgericht (taskcrafting): zelfstandig taken aanpassen. Denk bijvoorbeeld aan een softwareontwikkelaar die een nieuwe tool inbouwt in het werkproces omdat dat beter aansluit bij zijn eigen interesses.
• Relatiegericht (relational crafting): zelf bepalen hoe je samenwerkt. Een systeembeheerder die de communicatie met de business of de helpdesk verbetert, zodat er meer en betere feedback ontstaat.
• Cognitief (cognitive crafting): de betekenis van een functie veranderen. Een supportmedewerker ziet zijn rol niet meer als brandjesblusser maar als sleutelfiguur voor digitale transformatie.
Adriaan Hondelink, directeur van Content Strategy, noemt schaarste aan kennis van legacy als een van de grote kraptes op de it-arbeidsmarkt. Verouderde software en bejaarde computerprogramma’s worden nog steeds veel gebruikt door overheden en grote financiële instellingen als banken en verzekeraars en vergen onderhoud. Hondelink noemt FileNet van IBM maar doelt ook op programmeertalen als Cobol, Fortran, Ada, C, Delphi en Assembly: veelgebruikte dinosauriërs die steeds opnieuw worden geactualiseerd. De eerste versie van Assembly komt zelfs uit de jaren veertig van de vorige eeuw. Assembly, C, Fortran, Ada en Delphi staan doodleuk in de top-20 van de Tiobe Index van populaire programmeertalen. Hondelink: ‘Werkgevers zoeken zich een slag in de rondte om hier mensen voor te vinden. Programmeurs terughalen uit hun pensioen is niet de oplossing en weinig jongeren studeren af op mainframe. Ik snap natuurlijk dat dit werk geen perspectief biedt maar het moet wel gebeuren. Het belang van legacy is groot. Werkgevers moeten de legacyval voorkomen door op tijd te vernieuwen.’