Computable - Zakendoen met samenwerkingsverbanden

Zakendoen met samenwerkingsverbanden

Digitale soevereiniteit is in korte tijd veranderd van een abstract begrip in een belangrijk punt op de agenda van cio’s en it-managers. Waar draaien onze kritieke applicaties? Wie kan juridisch of technisch bij onze data? Hoe snel kunnen we overstappen naar een andere leverancier als dat nodig is?

Tekst: Robbert Hoeffnagel Beeld: ENVATO

Tegelijkertijd schieten initiatieven met nieuwe namen als paddenstoelen uit de grond: Euro-Office, Open Cloud Alliantie, Ecofed, Dosba, noem maar op. Hoewel deze organisaties nog nauwelijks bekend zijn, tonen ze aan dat digitale soevereiniteit verschuift van ambitie naar technische, organisatorische en commerciële werkelijkheid. Vier initiatieven nader bekeken.

Euro-Office: soevereine, webgebaseerde werkplek

Neem Euro-Office. Dat is geen nieuwe cloudprovider en ook geen los alternatief voor Microsoft 365. Euro-Office is een Europese opensource-officesuite voor documenten, spreadsheets en presentaties, ontwikkeld als soeverein alternatief voor Microsoft Office. Het initiatief werd eind maart gelanceerd door onder meer Ionos, Nextcloud, Eurostack, XWiki, OpenProject, Soverin, Abilian en Btactic. De techpreview is beschikbaar via GitHub. Een eerste stabiele versie wordt deze zomer verwacht.

Voor Jos Poortvliet van Nextcloud wil benadrukken dat Euro-Office geen product is dat organisaties simpelweg als losse desktopsoftware installeren. ‘Euro-Office is bedoeld als webgebaseerde officecomponent die je integreert in een bredere digitale werkplek’, zegt hij. Denk aan bestandsdeling, wiki’s, projectmanagement en samenwerkingsomgevingen. Daarmee is Euro-Office vooral een bouwsteen voor een soevereine werkplek.

‘Wie bepaalt de koers van de software?’

Jos Poortvliet, Nextcloud

Volgens Poortvliet is die nuance belangrijk. ‘Veel organisaties zoeken niet alleen een tekstverwerker of spreadsheet, maar hebben behoefte aan een geloofwaardig alternatief voor de volledige productiviteitslaag waarvan zij nu afhankelijk zijn.’ Daarbij telt niet alleen functionaliteit, maar ook governance. Wie bepaalt de koers van de software? Waar wordt de code beheerd? Wie kan bijdragen? En onder welk juridisch regime valt de ontwikkeling? Een communitygedreven open­source-oplossing als Euro-Office past volgens hem beter bij een soevereine werkplek dan een gesloten softwaremodel.

Open Cloud Alliantie: federatieve cloudinfrastructuur

Een andere rol speelt de Open Cloud Alliantie. Dit samenwerkingsverband van zeven Nederlandse cloudbedrijven, met gezamenlijk twintig in Nederland gevestigde datacenters, richt zich in eerste instantie op de publieke sector. Het idee is niet dat een gemeente, ministerie of uitvoeringsorganisatie rechtstreeks met de Open Cloud Alliantie zaken doet. Het model draait juist om raamovereenkomsten met een of meerdere aanbieders, die toegang geven tot een geharmoniseerd dienstenaanbod en – belangrijk – de mogelijkheid om workloads eenvoudig te verdelen of te verplaatsen.

Ludo Baauw, ceo van Intermax Groep en een van de oprichters van de Open Cloud Alliantie, vat het zo samen: ‘Stel dat een middelgrote gemeente bedrijfskritische applicaties wil onderbrengen in een Nederlandse it-omgeving. Dan moet je voorkomen dat die organisatie opnieuw afhankelijk wordt van één partij. Dat regelen we binnen de Open Cloud Alliantie met dergelijke raamovereenkomsten.’

‘Klanten moeten eenvoudig kunnen kiezen welke services zij bij welke aanbieder afnemen’

Ludo Baauw, Intermax Groep

Zo’n overeenkomst geeft toegang tot een reeks geharmoniseerde diensten en een referentiearchitectuur. Een klant sluit zo’n contract overigens niet met de alliantie zelf, maar maakt met een of meerdere individuele leden afspraken over workloads, opslaglocaties en dataverwerking. Bij grote trajecten is hiervoor een aparte juridische entiteit in te richten. Het onderliggende doel blijft hetzelfde: klanten moeten eenvoudig kunnen kiezen welke services zij bij welke aanbieder afnemen, terwijl workloads altijd eenvoudig verplaatsbaar blijven.

Baauw noemt de aanpak van de alliantie ‘vendor lock-out’. Daarmee bedoelt hij dat de architectuur waarop de leden van de alliantie hun diensten baseren zodanig is opgebouwd dat klanten niet vast komen te zitten in één technische of juridische omgeving. De alliantie werkt daarvoor met een referentiearchitectuur genaamd Orca. ‘Die beschrijft hoe je een omgeving zo opbouwt dat je op elk moment van de ene naar de andere aanbieder binnen de alliantie kunt overschakelen’, aldus Baauw. In Orca hebben onder meer afspraken als Haven+ een plaats gekregen.

Belangrijk is dat het aanbod van de leden van de alliantie geharmoniseerd is. ‘Vendor lock-in ontstaat wanneer een aanbieder diensten ontwikkelt die andere partijen niet bieden en waarvan klanten vervolgens volledig afhankelijk worden. Dan wordt overstappen lastig. Daarom kijken we als alliantie ook naar de manier waarop cloudservices worden benoemd. Daarbij hebben we gekeken naar het werk van Gaia-X. Soms hebben services van hyperscalers totaal verschillende benamingen, terwijl ze hetzelfde doen. In andere gevallen lijken namen juist sterk op elkaar, terwijl de functionaliteit behoorlijk verschilt. Voor klanten kan dat verwarrend zijn. Door servicenamen te standaardiseren, willen we duidelijkheid creëren.’

De urgentie bij overheden om grip te krijgen op hun digitale infrastructuur is groot, maar de angst om opnieuw afhankelijk te worden van één leverancier is minstens zo groot. Daarom is de Open Cloud Alliantie zo’n interessante ontwikkeling: het biedt de publieke sector een serieus, soeverein alternatief zonder verlies van keuzevrijheid. Bestuurders kunnen daadwerkelijk schakelen tussen aanbieders binnen Nederlands recht. En is dat niet wat digitale soevereiniteit in de praktijk betekent?

Baauw wil nog een misverstand wegnemen: hij hoort regelmatig dat Nederlandse cloudbedrijven te klein zouden zijn voor grote klanten zoals overheidsorganisaties. ‘Niets is minder waar’, stelt hij. ‘Via de Open Cloud Alliantie is een omvangrijke en complexe cloudomgeving in te richten. Vaak kunnen wij dat individueel ook, maar via de alliantie werkt het nog beter. En laten we niet vergeten: alleen al de zeven leden van de alliantie hebben samen een omzet van ruim 2,5 miljard euro per jaar. Dan ben je echt niet klein meer.’

Ecofed: federatieve cloudomgeving voor eenvoudig workloadbeheer

Voor het verplaatsen van workloads tussen meerdere cloudbedrijven maakt de Open Cloud Alliantie gebruik van technologie die is ontwikkeld binnen Ecofed. Die naam staat voor European Cloud Services in an Open FEDerated ecosystem. Het project valt onder IPCEI-CIS, het Europese programma voor cloudinfrastructuur en -diensten. De Europese Commissie keurde dit programma eind 2023 goed. In totaal wordt 2,6 miljard euro geïnvesteerd in Europese cloudinfrastructuur, waarvan Nederland met drie projecten en zeventig miljoen euro deelneemt. Ecofed richt zich op cloudfederatie, open interfaces en opensource-tooling om overstappen tussen aanbieders eenvoudiger te maken.

De officiële doelstelling van Ecofed is de ontwikkeling van een technisch framework voor een opener en geïntegreerd cloudmodel. Clouds van verschillende aanbieders moeten zich daarbij als één samenhangend systeem kunnen gedragen. Gebruikers moeten eenvoudiger kunnen wisselen tussen clouds, terwijl data binnen de Europese Unie blijft.

‘Het gaat erom dat workloads veel makkelijker van de ene naar de andere provider kunnen bewegen’

Alex Bik, BIT

Alex Bik, cto van BIT en een van de deelnemers aan Ecofed, is enthousiast over het project, maar plaatst het wel graag in perspectief. ‘Als je vandaag van een hyperscaler naar een Nederlandse cloudprovider wilt migreren, heb je Ecofed eerlijk gezegd niet nodig. Dat kan nu namelijk ook al.’

Het probleem waar veel klanten van hyperscalers mee worstelen, zit volgens hem in de diensten die deze buitenlandse cloudbedrijven rond hun infrastructuur hebben gebouwd. Die services bestaan bij andere aanbieders vaak niet, en al helemaal niet in exact dezelfde vorm. ‘Daar zit de vendor lock-in. Niet in de virtuele machine of container, want die kun je eenvoudig verplaatsen. Het probleem zit in alle aanvullende diensten daaromheen.’

Ecofed is volgens Bik vooral interessant voor de volgende stap: een cloudomgeving waarin overstappen eenvoudiger, voorspelbaarder en minder ingrijpend wordt. Hij wijst erop dat de onderliggende technologie inmiddels succesvol is gedemonstreerd. ‘Het gaat erom dat workloads veel makkelijker van de ene naar de andere provider kunnen bewegen. Juist dat is nodig als je keuzevrijheid serieus neemt. Mede dankzij Ecofed is dat nu al goed mogelijk.’

Dosba bouwt coöperatie voor opensource-support

Dan is er tenslotte nog Dutch Open Source Business Alliance, ofwel Dosba. Waar Euro-Office zich richt op de werkplek, de Open Cloud Alliantie op infrastructuur en Ecofed op federatieve cloudtechnologie, richt dit initiatief zich op opensource-bedrijven achter veel van deze oplossingen.

Directeur Ronny Lam omschrijft de vereniging als ‘een spreekbuis voor en van opensource-gerelateerde bedrijven’. De vereniging telt 42 leden en groeit nog steeds. Het gaat om consultancybedrijven, ontwikkelaars, hosters en leveranciers die hun geld verdienen met opensource-technologie, bijvoorbeeld via implementatie, beheer, support of softwareontwikkeling.

‘Opensource-software is op zich gratis, maar moet wel worden geïmplementeerd en onderhouden’

Ronny Lam, DOSBA

Ook Lam wil afrekenen met een hardnekkig misverstand: opensource betekent niet dat alles gratis is. ‘Opensource-software is op zich gratis, maar moet wel worden geïmplementeerd en onderhouden.’ Organisaties kunnen dat onderhoud zelf organiseren, maar kunnen ook support- en servicecontracten afsluiten met gespecialiseerde bedrijven.

Daar zit ook de relevantie voor digitale soevereiniteit. Veel opensource-bedrijven zijn klein of middelgroot. Individueel zijn zij voor grote aanbestedingen soms lastig te contracteren. Daarom werkt Dosba aan samenwerkingsvormen, waaronder een coöperatie waarin meerdere bedrijven gezamenlijk implementatie, beheer en support kunnen leveren. Een coöperatie heeft als voordeel dat zij een eigen rechtspersoon is, contracten kan afsluiten en een herkenbare reputatie kan opbouwen. Lam verwacht dat rond de zomer een eerste coöperatie operationeel zal zijn.

Volgens Lam draait het bij Dosba om organisatiekracht. ‘De mensen zijn er, de kennis is er, de bedrijven zijn er, we moeten het nu goed organiseren.’ Hij schat dat Nederland beschikt over circa 50.000 it-professionals met ruime ervaring in opensource-software. Ruim voldoende, volgens hem. De uitdaging ligt in het organiseren en bundelen van die kennis: zorgen dat inkopers, cio’s en it-managers niet met tientallen individuele specialisten hoeven te praten, maar met een herkenbare partij die verantwoordelijkheid kan nemen, ook bij grotere cloud- en it-projecten.

 Nederlandse soevereine infrastructuur

Zo ontstaat langzaam maar zeker een nieuw beeld van een soevereine infrastructuur. Euro-Office bouwt aan een soevereine werkplekomgeving. De Open Cloud Alliantie maakt Nederlandse cloudinfrastructuur contractueel en technisch bruikbaar voor de publieke sector. Ecofed ontwikkelt technologie voor federatie en eenvoudig overstappen, omdat organisaties niet willen overstappen van vendor lock-in bij Amerikaanse hyperscalers naar nieuwe afhankelijkheid van Nederlandse of Europese aanbieders. En Dosba organiseert de opensource-bedrijven die met hun kennis en diensten op het gebied van softwareontwikkeling, implementatie en support de technische basis hiervoor leveren en onderhouden.

Voor cio’s en it-managers is de les misschien wel dat digitale soevereiniteit geen product is dat je eenvoudig kunt inkopen. Het is tegelijk een ontwerpprincipe, inkoopvraagstuk, architectuurkeuze en beheeropgave. En dat vereist kennis. Kennis die de afgelopen jaren binnen veel organisaties minder belangrijk werd gevonden, omdat cloud simpelweg werd ingekocht bij hyperscalers. Wie echter baas wil zijn over zijn eigen digitale infrastructuur, moet beschikken over de kennis en vaardigheden om die infrastructuur te ontwerpen, te bouwen, te beheren en te onderhouden. Met steeds dezelfde gedachte in het achterhoofd: nooit meer volledig afhankelijk worden van welke monopolist dan ook.