NorthC Datacenters ontpopt zich steeds meer als een Europees alternatief voor Amerikaanse spelers. Met nu al vijfentwintig datacenters in Nederland, Duitsland en Zwitserland staat het bedrijf uit Oude Meer aan de vooravond van een versnellingsfase: sneller bouwen, eerder ‘powered land’ veiligstellen en capaciteit toevoegen in meerdere Europese regio’s. Computable sprak met ceo Alexandra Schless over de strategie erachter.Â
Tekst: Rik Sanders Beeld: Bas van der Weijden
Wie op bezoek is bij NorthC Datacenters op de locatie in Oude Meer op het Fokker Logistics Park bij Schiphol hoort en ziet het ene na het andere vliegtuig voorbij scheren. Sommige bezoekers vinden de locatie nog wel eens apart, zo vlak bij een vliegveld. ‘Maar’, vertelt ceo Alexandra Schless, ‘dan leg ik uit dat als je je parallel aan een start- of landingsbaan zit, het gevaar nagenoeg nihil is. Het datacenter is ook gebouwd op veilige afstand en bevindt zich niet in een aanvliegroute.’
De hoofdlocatie ligt in het hart van de metropoolregio Amsterdam, een belangrijk knooppunt voor logistieke en digitale connectiviteit binnen Europa. En daar passen de ambities van NorthC goed bij. Het bedrijf wil uitgroeien tot een van de grootste, regionaal opererende Europese datacenterspelers. NorthC is in oktober 2019 ontstaan uit de fusie tussen de datacenterbedrijven The Datacenter Group (TDCG) en NLDC (het oude co-locatiebedrijf van KPN). Beide bedrijven waren eerder dat jaar opgekocht door de Duitse vermogensbeheerder DWS. Met het kapitaal van deze investeerder kocht én bouwde NorthC de afgelopen jaren diverse andere datacenters in Nederland, Duitsland en Zwitserland. Tot eind vorig jaar: toen koos DWS voor een exit en verkocht zijn meerderheidsbelang aan het Franse Antin Infrastructure Partners.
Waarom is Antin bij NorthC ingestapt en waarom kiezen júllie voor Antin?
Alexandra Schless: ‘Antin bevindt zich met zijn investeringsportefeuille precies in onze hoek: digitale infrastructuur met een sterke regionale component. Ze hebben een bewezen trackrecord in het uitbouwen van platforms zoals van Eurofiber en het Britse Pulsant en investeren al langer in connectiviteit en datacenters.
Voor onszelf is dit het moment om te versnellen: sneller nieuwe datacenters bouwen, in meer regio’s capaciteit toevoegen en ‘powered land’ – grond mét zekere stroomaansluiting – vroegtijdig vastleggen. De vraag naar computerkracht groeit, gedreven door de hybride-cloudvraag en de snel opkomende ai‑inference‑ en high performance computing‑cases. De stap van DWS naar Antin is daarom logisch: de vorige aandeelhouder zat er circa zes jaar in, en voor de volgende sprong is extra kapitaal nodig.’
Wat is de kern van jullie strategie om een regionale topspeler in Europa te worden?
‘Twee sporen. Eén: dieper gaan in bestaande landen, met name Duitsland dat met al die deelstaten een uitgesproken regionale economie heeft. Klanten uit München willen lokale capaciteit om hun data daar neer te zetten, net zoals bijvoorbeeld Hamburg, Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn hun eigen vraag kennen.
Duitsland is een grote markt en maakt als land een digitale inhaalslag. In onze gesprekken met organisaties gaat het vaak over hun cloudstrategie. Wat komt er in de private cloud? In hoeverre gebruiken ze een publieke cloud? En wat gaan ze zelf nog on-premises in een datacenter beheren? Je merkt dat klanten van een cloud-first-strategie naar hybride oplossingen gaan. Dat ze de systemen met gevoelige data in eigen beheer willen houden met eigen technische mensen, een tendens die ook in andere landen te zien is. Daarvoor zoeken organisaties ondersteuning van regionale partners. Wij zijn in Europa zo’n regionale speler.’
Dat betekent veel overnames?Â
‘Niet per se. We bouwen ook nieuwe datacenters, zoals recent aangekondigd, in Genève, of we breiden bestaande locaties uit. En ja, we nemen ook geregeld locaties over. Zo hebben we vorig jaar een aantal datacenters van Colt gekocht, voornamelijk Duits, – een welkome versneller aldaar -, maar ook één in Amsterdam. Met als extra voordeel dat we op deze manier toch kunnen uitbreiden in deze metropoolregio ondanks het huidige moratorium. Want de locatie van Colt is een bestaand datacenter met aansluiting én vergunning.
Ons tweede spoor voor een regionale toppositie in Europa is het gericht uitbreiden naar aangrenzende markten. Zo kijken we nu naar Oostenrijk en België. Voorwaarde is altijd dat zich een goede kans moet aandienen, zoals een bestaand datacenter dat te koop staat of grond mét stroomcapaciteit dat beschikbaar is.’
En gaat er na de overname door Antin ook iets aan de dienstverlening veranderen? Bijvoorbeeld het uitbreiden met managed services?
‘Nee, de focus blijft colocatie. We beheren géén klantomgevingen, dat laten we aan onze partners. Die scheiding geeft klanten keuzevrijheid: ze brengen hun eigen engineers mee of kiezen een managed-service‑partner uit ons ecosysteem. Wat wél verandert is onze snelheid en schaal: met Antin kunnen we sneller bouwen en eerder capaciteit ontsluiten in de regio’s waar de vraag piekt. Dat is precies waar klanten om vragen.’
Hybride cloud en regionale colocatie zijn tegenwoordig vaste onderdelen van de discussies over digitale autonomie en soevereiniteit. Waar staat NorthC in dit debat?
‘Heel concreet: wij bieden Europese regie. We opereren als een Europees platform met een Europese aandeelhouder, wat voor publieke en gereguleerde sectoren relevant is. Klanten willen contractuele en operationele controle in Europa; wij faciliteren dat met regionale locaties en een cloud‑ en carrier‑neutraal ecosysteem van lokale partners.
De wereld is veranderd: we moeten veel nadrukkelijker kijken waar we data onderbrengen en of dit niet gewoon een Nederlandse danwel Europese partij kan zijn. We zijn bij NorthC wel realistisch: je stapt niet van de ene op de andere dag weg bij Amerikaanse clouds. Maar je kunt wél een plan maken: wat is écht gevoelig en moet Europees? Begin daar, zet stappen en laat het minder‑kritische voorlopig staan. Dat gesprek voeren we dagelijks met overheden, semi‑overheden en zorginstellingen.
In de gezondheidszorg wordt bijvoorbeeld veel nagedacht over ai-toepassingen en het omgaan met en opslaan van data. Een goed voorbeeld is Juvoly, een startup die spraakgestuurde software voor medische verslaglegging aanbiedt. Dat bedrijf heeft er bewust voor gekozen om het trainen en het hosten van zijn ai-modellen niet in een buitenlandse cloud te doen maar in een eigen Nvidia-gpu-cluster in een Nederlandse locatie, namelijk het NorthC-datacenter in Rotterdam.’Â
Hoe bepalen jullie waar en hoe jullie nieuwe capaciteit toevoegen?
‘We werken ‘powered‑land‑first: we zoeken locaties waar we zeker stroom kunnen krijgen en schalen vervolgens modulair op. Onze ‘sweet spot’ zit nu grofweg tussen 4,5 en 8 MW per site; we starten bijvoorbeeld met 1,5–3 MW en groeien in stappen mee met de klantvraag. Dat is een andere dynamiek dan een 100 MW‑campus in één keer neerzetten zoals hyperscalers dat doen. Verder moet er natuurlijk goede connectiviteit beschikbaar zijn voor klanten.
Onze flexibele aanpak sluit goed aan bij netbeheerders en gemeenten. In Duitsland zien we congestie rond Frankfurt, net als in de regio Amsterdam; buiten die knooppunten is meer mogelijk. Met een modulaire opzet en restwarmte‑projecten kun je jezelf bovendien zichtbaar in de lokale energie‑ en warmtetransitie inpassen.’
Hoe verhouden jullie je eigenlijk tot de hyperscalers?
‘We bedienen een ander stuk van het ecosysteem. Hyperscalers bouwen centraler en heel groot, voor de wereldwijde markt. Wij leveren regionale colocatie met lage latency, dicht bij de business en eindgebruiker. Klanten willen keuzevrijheid en hybride architecturen: wat in de cloud kan, gaat naar de cloud; wat gevoelig is of specifieke lage latency danwel controle vergt, houden ze dichtbij in regionale datacenters. Die mix neemt alleen maar toe.
Een paar decennia geleden, toen de datacentermarkt begon, had je vooral de knooppunten in Flap – Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs. Toen ik in 2019 met bedrijven en overheden ging praten, kreeg ik vaak als boodschap mee: ‘als wij met een datacenter in zee gaan, dan het liefst een partij die dichtbij zit.’ Dat is vanaf dag één de propositie van NorthC Datacenters: wij zijn die regionale speler.’
Zijn er nog witte vlekken in Nederland?
‘De ‘centrale driehoek’ Amsterdam–Rotterdam–Eindhoven blijft voor ons essentieel. In Eindhoven hebben we kortgeleden een tweede datacenter gebouwd; die regio bruist door de High Tech‑campus, de chipindustrie rond ASML en de internationale r&d. Daarnaast hebben we in Groningen twee locaties, waar we diensten aan onder meer de rijksoverheid bieden. Verder kijken we naar de uitbreiding van de locatie in Nieuwegein en ook wel met een schuin oog naar het oosten van het land.’
Jullie nieuwe eigenaar Antin kocht in 2015 glasvezelaanbieder Eurofiber uit Maarssen. Dat bedrijf is daarna fors gegroeid middels onder meer de aankoop van datacenters in Nederland en Frankrijk en blijft overnemen. Gaat dit niet botsen met jullie ambities en was het niet logischer geweest om NorthC onder te brengen bij Eurofiber?
‘Nee, Eurofiber heeft een andere focus, namelijk op het fibernetwerk en het aanbieden van diensten daaromheen. Bij ons is de propositie richting klanten puur op datacenters gericht. Ik zie dat niet als directe competitie.’ Â