Computable - Landelijke standaarden nodig voor zorgsector

Invoering van Integraal Zorg Akkoord te veel op regio’s gericht

Landelijke standaarden nodig voor zorgsector

Het Integraal Zorgakkoord (IZA) dat het ministerie van VWS en zorgpartijen in 2022 sloten om de zorg in Nederland toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar te houden, gaat uit van regionale toepassing. Deze aanpak leidt tot zorgen bij it-partijen die de zorgsector bedienen.

Tekst: Teus Molenaar Beeld: SHUTTERSTOCK / KPN

Driekwart van de Nederlandse ziekenhuizen gebruikt het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) van ChipSoft. Het Amsterdamse bedrijf biedt een totaalplatform waarmee zorgverleners kunnen registreren, samenwerken, gegevens uitwisselen en beslisondersteuning krijgen. Vincent van den Berg, digital health innovator bij ChipSoft, is kritisch op de regionale toepassing van het IZA, en had liever gezien dat standaarden de kern van het IZA vormen. Van den Berg: ‘Toen IZA werd ingevoerd, hebben wij contact opgenomen met onze klanten om te vragen wat zij doen op dat vlak en wat zij van ons verwachten. Ons werd duidelijk dat er een sterk regionale kant zit aan de digitaliseringscomponent van IZA. In elke regio zit wel een ziekenhuis. Helaas zijn bij de opstelling van de regionale plannen de leveranciers niet betrokken. Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor alle leveranciers. We merkten dat eigenlijk alle bronsystemen zoals ziekenhuizen, huisartsen en verpleeghuizen niet betrokken zijn bij de regioplannen. Het risico is dan dat je plannen bedenkt die niet aansluiten bij de roadmap van leveranciers. En dat een leverancier, die landelijk actief is, te maken krijgt met regio’s die net een iets andere oplossing hebben bedacht voor hetzelfde vraagstuk. Een landelijke coördinatie is gewenst, zodat leveranciers niet worden gevraagd om vijf verschillende oplossingen te leveren.’

Het standpunt van Van den Berg vindt weerklank bij branchevereniging OIZ (de Nederlandse Vereniging van Organisaties voor ICT in de Zorg). OIZ vraagt om structurele betrokkenheid van leveranciers bij de uitwerking van IZA‑doelen, vooral bij digitalisering en gegevensuitwisseling, zodat er technisch haalbare afspraken kunnen worden gemaakt, meer inzicht komt in implementatiecomplexiteit en de kans op vlotte successen groter wordt. De regionale aanpak leidt er nu toe dat de nadruk ligt op de uitwisselingsplatformen die zouden moeten dienen als een soort universele stekker (lees: een kluwen aan api’s) om alles toch op elkaar afgestemd te krijgen. ‘Maar de eigenlijke vraag moet natuurlijk meer bij de bronsystemen worden gelegd. Dat vraagt om landelijke coördinatie, of liever zelfs Europese.’

Standaardisering

De huidige aanpak van het ministerie van VWS leidt voor leveranciers mogelijk tot enige interoperabiliteit, maar ook tot versnipperde, regionale uitvoering en een stapeling van landelijke programma’s.

De Europese verordening daarentegen gaat uit van standaardisering voor iedereen. Het tegenovergestelde van wat in Nederland gebeurt. ‘Voor ons is steeds de uitdaging of wat regionaal wordt gevraagd, is in te vullen met iets waar we uiteindelijk landelijk en Europees naartoe gaan. Kunnen we bijvoorbeeld al een eerste stap maken met een standaard patiëntensamenvatting? Hoe specifieker de regioplannen zijn, hoe vaker wij nee moeten zeggen tegen een plan dat in de regio is bedacht’, stelt Van den Berg.

‘Een landelijke coördinatie is gewenst, zodat leveranciers niet worden gevraagd om vijf verschillende oplossingen te leveren’

Vincent van den Berg
digital health innovator bij ChipSoft

Waar staat IZA nu?

Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is een landelijk akkoord dat in september 2022 is gesloten tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg. Het doel is om de Nederlandse zorg toekomstbestendig, toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden in een tijd van vergrijzing, personeelstekorten en stijgende zorgvraag.

Eén aspect is digitalisering & gegevensuitwisseling: zorg digitaal verlenen waar het kan, fysiek waar het moet.

De Rijksoverheid publiceerde in juni 2025 een uitgebreide voortgangsrapportage. De voortgang is ongelijkmatig: sommige onderdelen lopen goed, andere blijven achter. De rapportage gaat vooral in op drie thema’s: 

  • Arbeidsmarkt: personeelstekorten blijven groot; maatregelen lopen, maar effecten zijn beperkt zichtbaar. 
  • Financiën: subsidies (in totaal 2,8 miljard euro) worden uitgezet, maar de besteding gaat trager dan gehoopt. 
  • Toegankelijkheid: druk op huisartsenzorg en ggz blijft hoog, maar regionale initiatieven laten eerste verbeteringen zien.

Technisch is het logisch om uit te gaan van algemeen geldende normen. Dat heeft volgens Van den Berg nog een voordeel: je houdt de Nederlandse markt interessant voor internationale aanbieders van software. ‘Dit gebeurt overigens wel binnen het programma Landelijk Dekkend Netwerk van VWS. Daar zijn wij wel actief bij betrokken. Het doel is om alle relevante zorgnetwerken met elkaar te verbinden via uniforme standaarden, afspraken en koppelvlakken.’

Wereldwijd worden HL7‑standaarden gebruikt in EPD’s, laboratoria, beeldvormingssystemen, apotheken en regionale/lokale zorgnetwerken om gezondheidsinformatie uit te wisselen. ‘Die standaarden hebben een Amerikaanse oorsprong. Je ziet nu dat – sinds Trump – de ogen wereldwijd gericht zijn op de Europese regelgeving en standaardisering. Ook Canada kijkt daarnaar.’

Eilandjes

Van den Bergs collega Lisanne Wolsink is bij ChipSoft speciaal aangesteld als IZA-consultant. Zij denkt dat het nuttig zou zijn om transparanter te zijn over de inhoud van de plannen, om elkaar te inspireren en van elkaar te leren. ‘Sommige regio’s zijn al verder dan andere. Vooral regio’s met ziekenhuizen met minder capaciteit blijven achter. Die zouden kunnen leren van de grotere, maar dan heb je wel transparantie nodig.’

Ook zij wijst op het risico van het creëren van (regionale) eilandjes. ‘Los van wie het snelst gaat en wie het meest succesvol is, het blijven eilandjes. Daarom ben ik blij met het Coördinatieteam Digitale Samenwerkingsinitiatieven (CDS) van VWS. Dit kan helpen om wel tot iets landelijks komen.’ CDS is een interne en interbestuurlijke advies- en coördinatiestructuur die VWS helpt om datavraagstukken bestuurbaar te maken en standaarden te harmoniseren.

Binnen eigen muren

Kim van der Lugt is sinds 1 januari 2026 directeur van KPN Health, de zorgdivisie van KPN. Over IZA merkt zij allereerst op dat de zorgvraag in Nederland toeneemt en patiënten steeds vaker bewegen tussen verschillende zorginstellingen. ‘Zorgvragen zijn steeds complexer, omdat je niet alleen te maken hebt met de huisarts, maar ook met het ziekenhuis, met de zorginstelling, met de ggz en het sociaal domein met zijn eigen standaarden en uitdagingen. Daardoor neemt de vraag naar actuele, veilige informatie toe. En daarmee het belang van databeschikbaarheid. De gegevens moeten correct en veilig uitwisselbaar zijn, op het juiste moment voor de zorgverlener. Daar wringt het nog wel, omdat de zorginstellingen op dit moment nog heel erg binnen hun eigen muren georganiseerd zijn. En dat data vaak ook binnen de eigen muren van een zorginstelling beschikbaar is, en nog niet zo goed uitwisselbaar.’

Momenteel is de zorg vooral georganiseerd rond de aanbieder, waardoor patiëntinformatie versnipperd raakt. De ambitie is dat de zorgconsument regie krijgt over eigen data, maar daar zijn we nog niet. ‘Wij onderschrijven deze ambitie. Maar in de praktijk zie je dat de it-systemen veelal niet op elkaar zijn afgestemd of zelfs helemaal niet met elkaar communiceren’, aldus Van der Lugt.

Daar komt bij dat er geen eenduidige notaties zijn. Als simpel voorbeeld: de ene aanbieder heeft het over kilogrammen, waar de andere grammen gebruikt.‘Dat moet dus anders, want de kans op fouten is zeker aanwezig en te vaak moeten onderzoeken opnieuw worden gedaan; dat is belastend voor de patiënt en kost extra tijd. De zorg moet efficiënter gaan werken. Daar is iedereen inmiddels wel van overtuigd; zeker nu het nieuwe kabinet bezuinigingen doorvoert’, stelt Van der Lugt.

Praktijkvoorbeelden

KPN Health werkt, op regionaal niveau, samen met de verschillende zorgaanbieders aan praktijkvoorbeelden (Van der Lugt spreekt van use cases) ter verbetering en stimulans van de samenwerking tussen de verschillende aanbieders.

‘Vooral regio’s met ziekenhuizen met minder capaciteit blijven achter’

Lisanne Wolsink
IZA-consultant bij ChipSoft

Wat is de EHDS?

EHDS staat voor European Health Data Space. Een verordening die gezondheidsgegevens op een veilige, gestandaardiseerde en grensoverschrijdende manier beschikbaar maakt. Het doel is om burgers meer toegang en controle te geven over hun eigen gezondheidsgegevens, zorgverleners betere informatie te bieden voor continuïteit en kwaliteit van zorg, en onderzoekers en beleidsmakers toegang te geven tot geanonimiseerde of gepseudonimiseerde data voor innovatie en volksgezondheid.

De EHDS introduceert een geharmoniseerd juridisch en technisch kader voor elektronische patiëntendossiers (EPD’s), digitale zorgdiensten, en interoperabiliteit en beveiliging. Dit moet leiden tot een eenduidige, Europese markt voor digitale zorgproducten en betere samenwerking tussen systemen.

De verordening is op 25 maart 2025 in werking getreden en nu al bindend EU‑recht. Maar de zorginstellingen, leveranciers en lidstaten hoeven nog niet alles uit te voeren. De komende jaren worden gebruikt om standaarden vast te stellen, systemen aan te passen, governance in te richten, en nationale infrastructuren te koppelen aan HealthData@EU, het Europese netwerk voor grensoverschrijdende gezondheidsgegevens­uitwisseling.

De volledige werking is pas rond 2027–2031 zichtbaar.

‘We zijn nu binnen drie regio’s bezig de praktijkvoorbeelden in te vullen. Dan gaat het om zorgvuldige en veilige overdracht van gegevens, maar ook om proactieve zorgplanning, en het goed regelen van acute zorg. Je kunt bijvoorbeeld dementie als onderwerp nemen. Welke partijen zijn daar dan allemaal bij betrokken en hoe werken ze met elkaar samen? Dat breng je in kaart om vervolgens met elkaar af te spreken hoe het beter kan.’

Als een proefneming goed uitpakt, is die in andere regio’s te hergebruiken. Dat schept ruimte om daar andere toepassingsscenario’s uit te werken. Uiteindelijk is het de bedoeling om dat wat goed werkt op landelijk niveau uit te voeren. KPN faciliteert samenwerking, maar de regie ligt bij de zorgaanbieders. ‘Wij denken wel mee met alle partijen. Zo brengen we bijvoorbeeld in wat goed werkt in een bepaalde regio met de vraag of dat ook in hun regio bruikbaar is.’

Van der Lugt vertelt dat er nog veel werk aan de winkel is, maar dat er ook wel schot in zit. Zo zette het telecombedrijf onlangs de handtekening onder een samenwerkingsovereenkomst met regio Midden-Holland (meer dan 25 zorgaanbieders). Kern van de aanpak vormt Health Exchange (HEx), het platform van KPN voor veilige en correcte gegevensuitwisseling. Als het gaat om acute zorg: betere gegevensuitwisseling tussen HAP (huisartsenpost), SEH (spoedeisende hulp), ambulance en VVT (verpleging, verzorging en thuiszorg). Als het over dementie gaat: betere samenwerking tussen huisarts, wijkverpleging, casemanager en sociaal domein.

Nederlandse cloud

Van der Lugt wijst op het belang van kwaliteitsverbetering van data. ‘Dat is feitelijk een doorlopend proces.’ Zij benadrukt dat de gegevens eigendom zijn en blijven van de zorgaanbieder. ‘De voordelen van ons cloudaanbod zijn dat we een landelijke dekking hebben en dat we een soevereine, Nederlandse cloud hebben. Dat gegeven vinden steeds meer partijen belangrijk. Wij zorgen voor de uitwisseling van data, maar slaan ze niet op.’

Het duurt nog wel even voordat dat ambities van IZA staande praktijk zijn. ‘Want het is best heel complex om dit te organiseren. Niet eens zozeer technisch, maar vooral in de governance tussen alle zorginstellingen. Daar is denk ik de grote complexiteit. Tegelijkertijd zien we ook dat zorginstellingen zich echt wel bewust zijn van het feit dat ze deze kantelingen moeten maken’, aldus Van der Lugt.

‘Het is best heel complex om dit te organiseren. Niet eens zozeer technisch, maar vooral in de governance tussen alle zorginstellingen’

Kim van der Lugt
directeur KPN Health