De afgelopen tijd hebben publicaties in de kranten over en/of namens de BSA bij mij de nodige irritatie opgewekt, aldus Ad Franse. Ik ben een medestrijder in de campagne om software zoveel als mogelijk is legaal te gebruiken, maar door de onduidelijke en ondoorzichtige regelingen is het niet altijd gemakkelijk om eindgebruikers een correct advies te geven.
De bij mij opgeroepen irritatie is niet veroorzaakt door de makers van de softwareprogramma’s die de een na de ander nog grotere stunts uithalen om toch maar zoveel mogelijk te scoren (of dat in geld is, daar zet ik vraagtekens bij). De oorzaak ligt ook niet bij de distributiekanalen, want daar is de marge veel te klein om de precieze regels te kennen, en evenmin bij het dealerkanaal, want die hebben te maken met teveel verschillende pakketten, waardoor de grensgevallen toch weer net fout gaan. Mijn irritatie is ook niet veroorzaakt door de eindgebruiker die doet alsof, en probeert ook dat laatste dubbeltje nog te besparen.
Nee, de irritatie is veroorzaakt door de BSA zelf. De BSA wekt in een recent persbericht de indruk dat er 10.000 brieven aangetekend verstuurd zouden zijn naar vermeende gebruikers van illegale software. Ik voel me persoonlijk aangesproken door het persbericht, omdat dit suggereert, dat wij (de dealers) het niet goed doen en/of niet goed weten. Ik vind dit niet juist, want wij proberen het zo goed mogelijk te doen. Daarnaast beweer ik dat er geen brieven zijn verstuurd, en dat men van de gratis publiciteit vruchten wil plukken. Ik vind dit een kortzichtig beleid en wil dan ook pleiten voor een lange-termijn strategie. Een reductie van het illegaal gebruik tot 5 procent (in geld) binnen drie à vier jaar moet tot de mogelijkheden behoren.
Wij zijn in 1994 donateur (?) geworden van de BSA. Wij hebben 250 gulden gestort om actie te voeren tegen illegaal gebruik van software. Beloofd was de misdaad te bestrijden, vooral in de vorm van voorlichting. Een goede zet natuurlijk, want een probleem bij de wortel aanpakken heeft vrijwel altijd resultaat. Na de eerste zending (een aantal A4-tjes, een raamsticker en een paar stickervellen) hebben wij niets meer (direct) van de BSA gehoord. Vreemd natuurlijk, want er zijn legio taken die de BSA zou kunnen uitvoeren.
Praktijksituaties
Mag een aangekocht MS-DOS 3.3 geïnstalleerd worden op een dual-processor machine van Compaq?
Mag een computer verkocht worden zonder besturingssysteem (de klant heeft dat nog – van zijn vorige computer).
Een bedrijf (nog geen computers) wil bij zijn nieuwe computer een pakket Corel Suite 7. Wat kost dat?
Novell levert volgens de advertenties een pakket Intranetware for Small Business met Arcserve. In werkelijkheid is het een evaluatieversie, andere ‘gratis’ software wordt in een versie voor twee of vijf gebruikers geleverd bij een pakketversie voor meer gebruikers.
Mag Wordperfect op de thuiscomputer van een medewerker worden geïnstalleerd? Mag dat voor andere programmatuur ook?
Competitive upgrades op evaluatieversies, kan dat?
Mag je MS-Word 2x opstarten op een computer met Windows 95? Mag deze software dan op een server aanwezig zijn? Mag één gebruiker zijn ene licentie op twee verschillende computers (die naast elkaar staan) gelijktijdig gebruiken?
Als er twee eindgebruikers zijn die gezamenlijk één computer hebben, hoeveel licenties zijn er dan nodig? En mag deze programmatuur dan ook op de thuiscomputer geïnstalleerd worden?
De nieuwste rage: jaarlijks opgeven hoeveel licenties er in gebruik zijn. Iemand koopt één pakket, gebruikt er twintig en ‘vergeet’ achteraf zijn aantal op te geven …
Suggesties
Zoals u uit de praktijkvoorbeelden kunt lezen, is de materie bijzonder ondoorzichtig. De meeste bedrijven kunnen zich het niet veroorloven om een jurist in te schakelen of in dienst te nemen voor een pakketje met nauwelijks marge. In sommige gevallen moet geld toegelegd worden, omdat de verzendkosten hoger zijn dan de opbrengst.
Ik wil een aantal suggesties aandragen voor de BSA.
De makers van software voorlichten welke voordelen uniformiteit in ‘licenties’ heeft.
De softwaremakers een standaard-licentietekst beschikbaar stellen, zodat uniformering eenvoudiger wordt.
Richtlijnen voor advertenties geven, zodat bij eindgebruikers geen verkeerde verwachtingen gewekt worden.
De tussenhandel en dealers voorlichten over de betekenis van de verschillende licenties en de grenzen van wat wel en niet kan.
De eindgebruikers voorlichten over onder welke omstandigheden welke pakketvorm gebruikt mag worden.
De BSA-adresgegevens bij de betrokken beschikbaar kunnen stellen, zodat het eenvoudig wordt vragen te stellen (nu is de BSA alleen bereikbaar via het Web en via de ‘kliklijn’; telefoon of fax worden nergens vermeld).
Voorlichting geven over verschillende hardwareconfiguraties. Mag software wel op de server staan of niet (NC!)? Mag een programma in een netwerk gebruikt worden? Hoe gaan we om met smp (symmetric multi-processing)? Wat te doen met een ‘DOS-box’ op een Unix-systeem?
Uiterst complex
Kortom, er zijn legio taken weggelegd voor de BSA. De BSA concentreert zich echter op het ‘eigen rechter spelen’. Daar kan dan wel een stimulans voor de verkoop van uitgaan, maar dat is altijd een korte-termijn oplossing. Ik denk dat we met z’n allen moeten streven naar verbeteringen die ook op lange termijn resultaat opleveren.
In gesprekken met collega-dealers bevestigen zij mijn standpunt dat de hele materie uiterst complex is. Ik denk dat, als de BSA serieus overweegt de problematiek bij de wortel aan te pakken, de tussenhandel (distributie en dealerkanaal) ook bereid is daar een jaarlijkse bijdrage voor te betalen. Als dat niet kostendekkend is, moet gezocht worden naar mogelijkheden om een fonds te stichten dat gevuld wordt per verkocht pakket of licentie.
Ad Franse, Directeur Adfranse Automatisering, Heinkenszand