De nauw aan de .nl-beheerder SIDN gelieerde Stichting Enum Nederland gaat een Enum-registry opzetten voor Nederland. Enum zou een nieuwe revolutie mogelijk maken, omdat het online toegang geeft tot allerlei communicatiegegevens.

Het kan, als je een tijdje praat met de betrokkenen, je niet ontgaan: Enum is een omstreden onderwerp. De ontwikkelingen rondom de techniek staan nog in de kinderschoenen en daarom staat het iedereen vrij een gok te wagen over de toekomst. Voorstander Roelof Meijer, directeur van SIDN, is zich daarvan bewust. “Natuurlijk is het mogelijk dat het niks wordt, maar dat gebeurt sowieso als iedereen afwacht. SIDN stopt geld in de ontwikkeling van Enum en steekt de nek uit door er een slinger aan te geven. Dat geeft aan dat wij er in geloven. Maar als er volgende zomer geen producten op de markt zijn die Enum gebruiken, dan duurt het al te lang. Dan wordt Enum alweer ingehaald door iets nieuws.”
Het spektakel Public User Enum
Enum staat voor een internetprotocol (RFC2916) dat beschrijft hoe van ieder telefoonnummer een unieke internetdomeinnaam wordt afgeleid. Er worden internationaal drie varianten van Enum onderscheiden, die allemaal naast elkaar kunnen bestaan. ‘Private Enum’ maakt alleen gebruik van de techniek die het protocol om VoIP en interne routering mogelijk en goedkoper maakt. Dit gesloten systeem, onder andere gebruikt in de veldproef van CAIW, kan naar believen worden ingezet en kent technisch geen standaarden. De tweede variant, ‘Public Infrastructure Enum’ moet voor interoperabiliteit zorgen, en wil zich daarom aan de standaarden houden. Standaardisatie gebeurt momenteel in diverse werkgroepen van de IETF.
De Nederlandse overheid heeft een voorkeur voor de meest vergaande techniek, het Public User Enum. Dit enige volledig gestandaardiseerde model biedt alle opties die de meer technische Enum-varianten kennen, maar bovendien kan de eindgebruiker zelf bepalen hoe zijn inschrijving in de registry eruit ziet. Dat biedt spectaculaire mogelijkheden, volgens Antoin Verschuren, technisch adviseur en Enum-kenner van SIDN: “Stel, je rijdt in de auto en wil naar een collega toe. In theorie zou je dan zijn naam in je TomTom kunnen intikken. Je navigatiesysteem checkt de Enum-registry, vindt de businesscard waarop staat waar hij die middag een afspraak heeft en zoekt in Google Earth de coördinaten op. Die gegevens worden vervolgens weer teruggekoppeld naar de TomTom.”
Frank Hondsmerk, Enum-projectmanager bij SIDN, vindt die koppeling van protocollen de grote kracht van Public User Enum. “Je kunt straks echt aangeven voor wie je je communicatiemogelijkheden op welke plek openzet. Behalve service-operabiliteit – sms’en via MSN – dus ook identiteitsmanagement. Zit je in vergadering, dan mag je zwangere vrouw wel mobiel bellen, maar anderen worden doorverwezen naar je e-mail of voicemail. Wat je maar wil.”
Volgens Verschuren kun je met Enum ook een efficiëntere routering voor elkaar krijgen: “Het is gewoon DNS, het werkt decentraal en het oude PSTN-netwerk wordt er overbodig door. Bovendien ben je dus voor je diensten ook niet meer afhankelijk van wat je provider aanbiedt. Bijeffect: de nummerportabiliteit wordt ook door Enum geregeld. Dat hebben we in Nederland al aardig voor elkaar, maar in het buitenland vaak nog niet. Dan is er extra reden om voor de gestandaardiseerde versies van Enum te kiezen.”
De schaduwzijden
Public User Enum is een opt-in database waarin eindgebruikers zelf hun eigen gegevens kunnen aanpassen. Dit idee biedt naast alle voordelen van twee meer bescheiden varianten van Enum extra mogelijkheden, maar ook moeilijkheden. De techniek, zo geeft Verschuren toe, is eigenlijk een fluitje van een cent. “Het ligt een beetje aan de schaalgrootte, maar we verwachten het eerste jaar 5000 inschrijvingen – een nummerblok van een bedrijf telt daarbij maar voor één – en dat is wel te doen. Het is allemaal DNS, dus eigenlijk doen we gewoon hetzelfde kunstje als met domeinnamen. De complexiteit zit in het ontwikkelen van beleid, het op één lijn krijgen van iedereen en het delen van kennis. Als we het allemaal eens zijn, kan de registry in twee maanden worden opgezet.” Hondsmerk: “In Oostenrijk, de pionier op het gebied van Enum, bleek dat de techniek al geen issue meer was. Daarom wilde we ook geen veldproef meer. In de VS zijn er grote problemen, maar die zijn alleen van politieke en organisatorische aard.”
Kip en het ei
Nog belangrijker voor de toekomst van Enum is de onzekerheid of op basis van de nieuwe techniek daadwerkelijk nieuwe producten worden ontwikkeld. Het is volgens Simon Hania, directeur Techniek en Ontwikkeling bij Xs4all volstrekt niet duidelijk of dat zal gebeuren: “Xs4all heeft geen enkel concreet plan om iets met Enum te doen. Ik vind het nog een speeltje voor it-hobbyisten. Pas als je weet wat je wil bereiken kun je je afvragen hoe je daar moet komen. Nu gaat het nog te veel andersom.”
Het probleem van Enum bijt zichzelf in de staart. Als er niet snel Enum-diensten en -producten worden ontwikkeld, zal de technologie niet in de spotlights komen. En bij blijvende desinteresse van de eindgebruiker en producent blijven de nieuwe mogelijkheden van public User Enum prachtige theorie. Enum verkoopt zichzelf niet, zo beseft ook Hondsmerk.
“Wat we in het bijzonder van andere Enum-veldproeven hebben geleerd, is dat je de marketeers snel aan tafel moet hebben. Als je eerst met alle techneuten hebt gepuzzeld om de techniek te perfectioneren en het daarna nog moet uitleggen aan de marketingafdeling, werkt het niet. Er moeten snel producten komen. En de doelgroep wordt niet alleen gevormd door de telco’s of de klassieke providers. Enum moet het hebben van de Googles, Yahoo’s en Youtubes van deze wereld.”
De nieuwe koers van SIDN
Stichting Internet Domeinregistratie Nederland bestaat twintig jaar en heeft zich al die tijd neutraal opgesteld. Er werden internetdomeinen uitgegeven, maar de organisatie hield zich verre van de commerciële toepassingen die het internet bood. Die afwachtende houding kan SIDN zich met Enum niet permitteren. Het is een techniek die moet worden gepromoot om uit de vicieuze cirkel van techniek en diensten te komen, geeft directeur Meijer toe:
“Als we ons te afwachtend opstellen, dan wordt het niks. We proberen dus in discussieplatformen alle commerciële partijen bij elkaar te brengen en het gebruik van Enum te stimuleren. Dat is wel een breuk met het verleden, maar ik zie er geen spanning in; we kunnen neutraal zijn en toch niet onverschillig in wat er met de techniek gebeurt. Maar ik geef toe, het is nieuw voor ons. De vraag naar internetdomeinnamen hebben we nooit hoeven stimuleren.” Ook Verschuren erkent dat er sprake is van voortschrijdend inzicht: “SIDN wil meer dan vroeger kennis delen, meedenken. Maar dat is al niet gemakkelijk. De internetwereld is gewend aan delen, maar de telecomwereld is nog erg gesloten. Soms moet ik smeken om me van kennis te voorzien. Ze zien niet dat het in hun belang is.”
De overheid besluit
De Enum-registry staat in de steigers, maar de vlag kan nog niet worden gehesen. Het ministerie van Economische zaken moet het startschot voor SIDN’s stichting Enum nog laten klinken. Thomas de Haan van EZ licht de laatste stand van zaken toe: “Het besluit kan nog niet officieel genomen worden. Er zijn op een laatste consultatieronde uiteenlopende reacties binnengekomen, maar niemand heeft een veto tegen stichting Enum uitgesproken. Dat betekent dat ik voorlopig nog geen reden zie om het herdelegatieverzoek niet gewoon toe te wijzen.” Daarmee lijkt de toewijzing een feit, maar toch geeft de Haan aan nog gevoelig te zijn voor een van de reacties. “Er zijn door providers en COIN – de vereniging van telecombedrijven – wat opmerkingen gemaakt over de rechtspersoon. Een vereniging zou de belangen van alle partijen rondom Enum beter waarborgen dan de stichtingsvorm. Daarover heeft de overheid op zichzelf geen mening, we willen niet in detail opleggen hoe alles georganiseerd dient te worden. Maar voor de onderliggende gedachte, dat belanghebbenden moeten kunnen meepraten, zijn we gevoelig.” Meijer: “Ik wil deze discussie niet via de media voeren, maar ik heb een absolute voorkeur voor de stichtingsvorm. Als iedereen over alles wat te zeggen heeft, wordt de bedrijfsvoering echt te complex en traag. En dat kan Enum echt niet gebruiken.”n
Wat is Enum
Simon Hania, directeur Techniek en Ontwikkeling bij Xs4all, beschrijft Enum kernachtig als ‘een trucje om telefoonnummers in DNS te proppen.’ Enum staat voor een internetprotocol (RFC2916) dat beschrijft hoe van ieder telefoonnummer een unieke internetdomeinnaam wordt afgeleid. Deze domeinnaam verwijst naar een database waarin alle nummers en adressen (de ‘bereikbaarheidsgegevens’) zijn opgenomen die de registrant heeft opgegeven, zoals mailadressen, een faxnummer, een persoonlijke website en een VoIP-nummer. Deze gegevens vormen samen de ‘NAPTR-records’.
De truc van Enum, de omzetting van een telefoonnummer naar een domeinnaam, gaat als volgt: neem een telefoonnummer met daarvoor de landencode, bijvoorbeeld +31 23 5463413, draai het nummer om (31436453213), plaats puntjes tussen de cijfers: 3.1.4.3.6.4.5.3.2.1.3 en zet ten slotte achter het nummer het voor Enum in het leven geroepen domein .e164.arpa: 2.7.3.6.1.5.3.0.7.1.3.e164.arpa.
“De belangrijkste fout die gemaakt wordt,” moppert Antoin Verschuren, technisch adviseur en Enum-kenner van SIDN, “is dat zo’n Enum-adres op een of andere manier wordt vergeleken met een commercieel waardevolle .nl domeinnaam. Dat is toch niet handig, zo’n lang adres met al die puntjes, zeggen ze dan. Maar dat slaat nergens op. Je gaat niet mailen naar een Arpa-domein of naar een moeilijk te onthouden telefoonnummer. Het telefoonnummer is slechts de meest gemakkelijke ‘identifier’ omdat elk apparaat met een nummerpad er gebruik van kan maken. Enum is de techniek die ervoor zorgt dat de verschillende communicatiemethoden aan elkaar worden gekoppeld, maar de gemiddelde consument zal over een aantal jaren nog steeds nooit van Enum of RFC2916 gehoord hebben.”
Extra’s maar ook misbruik
Met verknoping van communicatiemiddelen nemen ook de mogelijkheden voor creatief misbruik exponentieel toe. Niet alleen moet worden geverifieerd of iemand die de registry-bestanden wijzigt daadwerkelijk de nummerhouder is, maar ook spam en privacyschending krijgen nieuwe dimensies. Simon Hania, directeur Techniek en Ontwikkeling bij Xs4all, ziet een groot probleem: “Bij Public User Enum worden contactgegevens gemakkelijk toegankelijk en het is de vraag of dat nu zo verstandig is. Hoe zit dat eigenlijk gezien de wet Bescherming Persoonsgegevens? En wie mag precies welke gegevens opvragen? Dat zijn vragen waarover nog veel te weinig is nagedacht. Er zullen analoog aan spamfilters ook nieuwe blokkades moeten worden ontworpen voor telefonie en dat lijkt me niet eenvoudig.”
Antoin Verschuren, technisch adviseur van SIDN, vindt het een probleem van softwaremakers en eindgebruikers: “Je moet zelf goed nadenken welke gegevens je in de Enum-registry laat opnemen. Persoonlijk zou ik een e-mailadres dat je niet op internet plaatst ook niet in Enum opnemen. Bovendien worden er ongetwijfeld filters en Buddy-listen in softwaresystemen opgenomen. Maar dat zal de toekomst uitwijzen.”